John
23 januari 2006, 16:13
Al te vaak laten hondenbezitters zich leiden tot algemene misvattingen en ideeën 'van horen zeggen'. Hoog tijd om die te ontzenuwen.
Een hond moet één dag per week vastenDat is misschien gemakkelijk voor de baas, maar de gezondheid van het dier is er heus niet bij gebaat.
Een hond werkt beter op een lege maagDat is in bepaalde kringen een hardnekkig misverstand. Het is beter de hond minstens twee uur voor een krachtinspanning een lichte maaltijd te geven.
Mijn hond eet wat ik eetVeel bazen zien hun hond als een soort mens en geven het dier te eten wat ze zelf ook eten. Dat betekent dat ze niet weten (of niet willen weten) dat de hond er heel andere eetgewoonten op na houdt. Een hond is een semi-carnivoor, zeker geen omnivoor. Hij heeft er geen moeite mee plantaardige eiwitten (mits van hoge kwaliteit) even goed op te nemen als dierlijke, maar kan in tegenstelling tot de mens grote hoeveelheden vetten verteren. Een hond verdraagt zetmeel alleen als energiebron indien dit goed doorgekookt is en mits de hoeveelheid strookt met zijn fysiologische mogelijkheden. Ook zijn behoefte aan vitaminen en mineralen is heel anders dan die van de mens (een pup heeft bijvoorbeeld vier keer minder vitamine D nodig dan een kind!).
Honden hebben behoefte aan een gevarieerd menuHet ideaal van elke hond is om elke dag, op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plaats dezelfde voeding in dezelfde bak te krijgen. Dat is dus lijnrecht tegenovergesteld aan het ideaal van mensen. Het is zelfs zo dat al te frequente wijzigingen in het hondenmenu, afgezien van het feit dat die ingaan tegen het 'psychologische' welzijn van het dier, kunnen leiden tot fikse spijsverteringsproblemen: de darmflora past zich aan een bepaald voer aan en bij plotselinge wijzigingen heeft deze 'specifieke' darmflora niet de tijd zich opnieuw af te stemmen op weer een andere soort voeding. Dat betekent dat een afwisselend menu kan leiden tot een hoge productie van bepaalde slecht te verdragen of giftige metabolieten (stofwisselingsproducten). Zo ver-snelt de opname van vlees van matige kwaliteit de werking van de proteolytische (eiwitsplitsende) flora, wat tot uitdrukking komt in een alkalische pH, winderigheid en diarree. Afwisseling zal een hond alleen verdragen als die wordt gezocht binnen een bepaalde productlijn waarvan de voedingsbestanddelen niet te veel verschillen.In het andere geval dient men bij het veranderen van de voeding rekening te houden met een geleidelijke overgang gedurende een week (dit is ook aan te bevelen bij overgang van bijvoorbeeld junior naar adult voeding van hetzelfde merk).
Aan complete hondenvoedingen moet je extra vlees toevoegenVeel fokkers en hondenbezitters zijn bang dat industrieel bereide hondenvoeding onvoldoende vlees bevat. Ook al proberen sommige producten die indruk weg te nemen met vermeldingen op de verpakking ('met kip', 'met rundvlees', 'met lams-vlees'), het blijft moeilijk de consument ervan te overtuigen dat vlees juist het voornaamste be-standdeel is van deze producten. Bovendien is dit vaak van betere kwaliteit dan het 'vlees voor de hond' dat men bij de slager haalt. Daar komt bij dat een compleet kwalitatief hondenvoer (bijvoorbeeld brokken) uit grondig onderzoek is ontwikkeld en evenwichtig is samengesteld. Toevoegingen aan de voeding kunnen dat evenwicht ver-storen, met de mogelijke gezondheidsproblemen tot gevolg. Kwalitatieve voedingen zijn volledig
en komen tegemoet aan de voedingsbehoeften van honden in een bepaalde fysiologische conditie (groei, dracht, sport) of van een bepaalde rasgrootte (klein, middelgroot, groot of zeer groot).
Eiwitten vormen een belasting voor de nierenVerkeerd aangewende resultaten van onderzoek op ratten heeft geleid tot de volslagen misvatting, dat een groot eiwitaanbod op langere termijn een voortijdige veroudering van de nieren tot gevolg zou hebben. Daarmee zou de zuiveringsfunctie van die organen afnemen. Dit zou dan leiden tot chronische nierinsufficiëntie. Inmiddels is het overduidelijk, mede dankzij onderzoek dat sinds 1975 in Frankrijk wordt verricht (door Paquin en Pibot in samenwerking met de diergeneeskundige faculteit van Alfort en met de onderneming Royal Canin, zoals gepubliceerd in 1979 en 1986) en de afgelopen 15 jaar ook in de Verenigde Staten (in 1997 gepubliceerde studies van Churchill in samenwerking met hondenvoerfabrikant Hill's) dat deze bewering – hoe hardnekkig ook door sommigen volgehouden – op niets berust. Het is namelijk zo dat het ureum, dat vrijkomt bij de afbraak van eiwitten, passief door de nieren wordt geëlimineerd. Als de nierfunctie afneemt, hangt dat gewoonlijk alleen samen met de leeftijd of in uitzonderlijke gevallen met een specifieke of bijkomende ziekte. Een onnodige en rigoureuze beperking van het eiwitaanbod zal alleen de weerstand van de hond verzwakken en dus diens lichaam kwetsbaarder maken. Sinds 1997 bestaat er wat dat betreft volstrekte eensgezindheid in de wetenschappelijke wereld: dat eiwit schadelijk zou zijn voor de nierfunctie bij de hond is een fabel.
Calcium zorgt dat de oren van de hond rechtop gaan staanBij rassen met spitse oren (vooral de Duitse Herder) ziet men bij pups tussen 4 en 6 maanden, zodra ze hun melktanden verliezen, vaak dat de oren gaan hangen en dat ze minder stevig op hun poten staan. De baas haast zich dan dikwijls om zijn hond extra calcium- en vitaminerijke voedingssupplementen te geven, om dan na enkele weken te constateren dat de situatie normaliseert. In werkelijkheid heeft dat 'herstel' niets te maken met extra calcium of vitaminen: oren bestaan louter uit kraakbeen, waarop calcium geen grip heeft, anders zou het gewoon beenweefsel worden! Er is geen enkele wetenschappelijke aanwijzing die er op duidt dat het zich weer oprichten van de oren verband houdt met voeding. Daarentegen kan het geven van extra preparaten alleen maar schadelijk zijn voor de pup omdat dat dit het evenwicht van zijn voeding verstoort en de kans op (bot)problemen vergroot.
Alle vitaminen bevinden zich in groentenVoor honden zijn groenten niet de voornaamste vitaminebron. Sterker nog: vetoplosbare vitaminen (A, D, E en K) vindt men vooral in dierlijke vetten en in bepaalde organen. Zo bevat de lever een hoge concentratie aan vitamine A, zo hoog dat het zelfs gevaarlijk is om honden dagelijks lever te geven. Wateroplosbare vitaminen (de B- en C-groep) vinden we terug in zowel dierlijke als plantaardige grondstoffen. Zo bevat melkpoeder evenveel vitamine B1 als sperziebonen. Industriële voeding bevat afzonderlijk toegevoegde vitaminen om te komen tot een evenwichtig aanbod van alle noodzakelijk voedingsstoffen. De gedroogde groenten die men in bepaalde droogvoedingen vindt, bevatten op zich nooit voldoende vitaminen.
Je moet vitamine D toevoegen aan voeding voor pupsPups hebben relatief weinig behoefte aan vitamine D. Een teveel aan deze vitamine (vaak toegediend als onnodig supplement) kan zelfs gevaarlijk zijn en leiden tot ernstige problemen aan het beendergestel. Een evenwichtige samengestelde voeding voorziet in de behoefte van vitamine D voor pups.
Afkomstig van Royal Canin (http://publications.royalcanin.com/)
Een hond moet één dag per week vastenDat is misschien gemakkelijk voor de baas, maar de gezondheid van het dier is er heus niet bij gebaat.
Een hond werkt beter op een lege maagDat is in bepaalde kringen een hardnekkig misverstand. Het is beter de hond minstens twee uur voor een krachtinspanning een lichte maaltijd te geven.
Mijn hond eet wat ik eetVeel bazen zien hun hond als een soort mens en geven het dier te eten wat ze zelf ook eten. Dat betekent dat ze niet weten (of niet willen weten) dat de hond er heel andere eetgewoonten op na houdt. Een hond is een semi-carnivoor, zeker geen omnivoor. Hij heeft er geen moeite mee plantaardige eiwitten (mits van hoge kwaliteit) even goed op te nemen als dierlijke, maar kan in tegenstelling tot de mens grote hoeveelheden vetten verteren. Een hond verdraagt zetmeel alleen als energiebron indien dit goed doorgekookt is en mits de hoeveelheid strookt met zijn fysiologische mogelijkheden. Ook zijn behoefte aan vitaminen en mineralen is heel anders dan die van de mens (een pup heeft bijvoorbeeld vier keer minder vitamine D nodig dan een kind!).
Honden hebben behoefte aan een gevarieerd menuHet ideaal van elke hond is om elke dag, op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plaats dezelfde voeding in dezelfde bak te krijgen. Dat is dus lijnrecht tegenovergesteld aan het ideaal van mensen. Het is zelfs zo dat al te frequente wijzigingen in het hondenmenu, afgezien van het feit dat die ingaan tegen het 'psychologische' welzijn van het dier, kunnen leiden tot fikse spijsverteringsproblemen: de darmflora past zich aan een bepaald voer aan en bij plotselinge wijzigingen heeft deze 'specifieke' darmflora niet de tijd zich opnieuw af te stemmen op weer een andere soort voeding. Dat betekent dat een afwisselend menu kan leiden tot een hoge productie van bepaalde slecht te verdragen of giftige metabolieten (stofwisselingsproducten). Zo ver-snelt de opname van vlees van matige kwaliteit de werking van de proteolytische (eiwitsplitsende) flora, wat tot uitdrukking komt in een alkalische pH, winderigheid en diarree. Afwisseling zal een hond alleen verdragen als die wordt gezocht binnen een bepaalde productlijn waarvan de voedingsbestanddelen niet te veel verschillen.In het andere geval dient men bij het veranderen van de voeding rekening te houden met een geleidelijke overgang gedurende een week (dit is ook aan te bevelen bij overgang van bijvoorbeeld junior naar adult voeding van hetzelfde merk).
Aan complete hondenvoedingen moet je extra vlees toevoegenVeel fokkers en hondenbezitters zijn bang dat industrieel bereide hondenvoeding onvoldoende vlees bevat. Ook al proberen sommige producten die indruk weg te nemen met vermeldingen op de verpakking ('met kip', 'met rundvlees', 'met lams-vlees'), het blijft moeilijk de consument ervan te overtuigen dat vlees juist het voornaamste be-standdeel is van deze producten. Bovendien is dit vaak van betere kwaliteit dan het 'vlees voor de hond' dat men bij de slager haalt. Daar komt bij dat een compleet kwalitatief hondenvoer (bijvoorbeeld brokken) uit grondig onderzoek is ontwikkeld en evenwichtig is samengesteld. Toevoegingen aan de voeding kunnen dat evenwicht ver-storen, met de mogelijke gezondheidsproblemen tot gevolg. Kwalitatieve voedingen zijn volledig
en komen tegemoet aan de voedingsbehoeften van honden in een bepaalde fysiologische conditie (groei, dracht, sport) of van een bepaalde rasgrootte (klein, middelgroot, groot of zeer groot).
Eiwitten vormen een belasting voor de nierenVerkeerd aangewende resultaten van onderzoek op ratten heeft geleid tot de volslagen misvatting, dat een groot eiwitaanbod op langere termijn een voortijdige veroudering van de nieren tot gevolg zou hebben. Daarmee zou de zuiveringsfunctie van die organen afnemen. Dit zou dan leiden tot chronische nierinsufficiëntie. Inmiddels is het overduidelijk, mede dankzij onderzoek dat sinds 1975 in Frankrijk wordt verricht (door Paquin en Pibot in samenwerking met de diergeneeskundige faculteit van Alfort en met de onderneming Royal Canin, zoals gepubliceerd in 1979 en 1986) en de afgelopen 15 jaar ook in de Verenigde Staten (in 1997 gepubliceerde studies van Churchill in samenwerking met hondenvoerfabrikant Hill's) dat deze bewering – hoe hardnekkig ook door sommigen volgehouden – op niets berust. Het is namelijk zo dat het ureum, dat vrijkomt bij de afbraak van eiwitten, passief door de nieren wordt geëlimineerd. Als de nierfunctie afneemt, hangt dat gewoonlijk alleen samen met de leeftijd of in uitzonderlijke gevallen met een specifieke of bijkomende ziekte. Een onnodige en rigoureuze beperking van het eiwitaanbod zal alleen de weerstand van de hond verzwakken en dus diens lichaam kwetsbaarder maken. Sinds 1997 bestaat er wat dat betreft volstrekte eensgezindheid in de wetenschappelijke wereld: dat eiwit schadelijk zou zijn voor de nierfunctie bij de hond is een fabel.
Calcium zorgt dat de oren van de hond rechtop gaan staanBij rassen met spitse oren (vooral de Duitse Herder) ziet men bij pups tussen 4 en 6 maanden, zodra ze hun melktanden verliezen, vaak dat de oren gaan hangen en dat ze minder stevig op hun poten staan. De baas haast zich dan dikwijls om zijn hond extra calcium- en vitaminerijke voedingssupplementen te geven, om dan na enkele weken te constateren dat de situatie normaliseert. In werkelijkheid heeft dat 'herstel' niets te maken met extra calcium of vitaminen: oren bestaan louter uit kraakbeen, waarop calcium geen grip heeft, anders zou het gewoon beenweefsel worden! Er is geen enkele wetenschappelijke aanwijzing die er op duidt dat het zich weer oprichten van de oren verband houdt met voeding. Daarentegen kan het geven van extra preparaten alleen maar schadelijk zijn voor de pup omdat dat dit het evenwicht van zijn voeding verstoort en de kans op (bot)problemen vergroot.
Alle vitaminen bevinden zich in groentenVoor honden zijn groenten niet de voornaamste vitaminebron. Sterker nog: vetoplosbare vitaminen (A, D, E en K) vindt men vooral in dierlijke vetten en in bepaalde organen. Zo bevat de lever een hoge concentratie aan vitamine A, zo hoog dat het zelfs gevaarlijk is om honden dagelijks lever te geven. Wateroplosbare vitaminen (de B- en C-groep) vinden we terug in zowel dierlijke als plantaardige grondstoffen. Zo bevat melkpoeder evenveel vitamine B1 als sperziebonen. Industriële voeding bevat afzonderlijk toegevoegde vitaminen om te komen tot een evenwichtig aanbod van alle noodzakelijk voedingsstoffen. De gedroogde groenten die men in bepaalde droogvoedingen vindt, bevatten op zich nooit voldoende vitaminen.
Je moet vitamine D toevoegen aan voeding voor pupsPups hebben relatief weinig behoefte aan vitamine D. Een teveel aan deze vitamine (vaak toegediend als onnodig supplement) kan zelfs gevaarlijk zijn en leiden tot ernstige problemen aan het beendergestel. Een evenwichtige samengestelde voeding voorziet in de behoefte van vitamine D voor pups.
Afkomstig van Royal Canin (http://publications.royalcanin.com/)