Zagaha
26 april 2004, 21:51
Er bestaan vier vormen van Elleboogdysplasie:
1: Osteo-Chondritis-Dissecans(OCD) van het ellebooggewricht.
2: Los Processus Coronoïdeus Medialis(LPCM)
3: Los Processus Anconeus(LPA)
4: Incongruentie van het ellebooggewricht(INC)
We lichten hier dus LPCM uit en geven enige informatie hierover weer uit Kreupelheid, zonder inzicht geen uitzicht. Drs N.A. Dijkshoorn.
Door verstoring in de groeifase in de leeftijd van 5 - 10 mnd. vindt een normale vergroeiing niet plaats of kan het betreffende stukje bot door verminderde botkwaliteit fragmenteren, afbreken of losraken. In een aantal gevallen wordt de kreupelheid ten gevolge van LPCM pas op latere leeftijd zichtbaar (3-4 jaar). De aanleiding kan van traumatische aard zijn: de hond kan zich verspringen, foutief neerkomen, uitglijden etc. Echter: bewezen is dat LPCM in bepaalde familielijnen meer voorkomt dan in andere, hetgeen aantoont dat de aanleg voor LPCM erfelijk bepaald is. Soms zien we bij een hond LPCM samengaan met OCD en/of Incongruentie.
Symptomen:
De honden vertonen veelal - maar niet altijd - een behoorlijke kreupelheid. Het gewricht is overvuld en bij het bewegen van het been hoort en voelt men vaak een knappend, crepiterend 'geluid'. Honden die beiderzijds problemen hebben, laten dit aanvankelijk moeilijker zien dan honden met een éénzijdige LPCM. De honden lopen vaak wel wat stijf, houterig maar soms lijken de klachten zo minimaal dat de eigenaar daardoor eigenlijk te laat naar de dierenarts gaat. Hierdoor kan de artrose dermate voortgeschreden zijn, dat de uitgangssituatie voor het tijdstip van operatie veel slechter zal zijn vergeleken met een eenzijdige kreupelheid tengevolge van LPCM met minder artrose, welke vroegtijdig opgemerkt werd door een duidelijker kreupelheid.Door irritatie van het losliggende stukje bot en verminderde stabiliteit van het gewricht ontstaat irritaie van het gewrichtskapsel, overvulling van en botnieuwvorming in het gewricht.
Röntgenonderzoek:
LPCM, OCD en Incongruentie zijn niet altijd op één enkele röntgenfoto goed zichtbaar te maken. Dat is dan ook de reden waarom er in Nederland indertijd door de W.K. Hirschfeld Stichting gekozen is voor gestandaardiseerd uitgevoerd onderzoek waarbij er van elke elleboog vier röntgenopnamen worden gemaakt. Hiertoe is besloten om de trefkans te vergroten om het losse stukje bot zichtbaar te maken
Er worden twee zijdelingse foto's gemaakt en twee voor- en achterwaarts. Naast een zichtbaar LPCM, letten we ook op artroseverschijnselen, die door een LPCM op bepaalde punten in het gewricht kunnen ontstaan. Het blijft - ondanks deze opnametechniek - mogelijk dat LPCM op de röntgenfoto niet of onvoldoende is aan te tonen. Maar vanwege de specifieke zichtbare veranderingen in het gewricht(artrose) bestaan er wel ernstige vermoedens dat LPCM de veroorzaker is van deze artrose: het gewricht wordt dan ook beoordeeld als zijnde 'verdacht van LPCM'.
Meestal is de artrose in deze gevallen minimaal en in één ellebooggewricht aanwezig. Het is in dergelijke gevallen verstandig om de hond na twaalf maanden opnieuw te laten röntgen. Bij sommige honden blijkt dat de artrose niet is toegenomen, hetgeen erop wijst dat de oorzaak van de artrose zeer waarschijnlijk geen LPCM is. In andere gevallen is de artrose beduidend verergerd, en daardoor wordt een LPCM dan verantwoordelijk gehouden.
1: Osteo-Chondritis-Dissecans(OCD) van het ellebooggewricht.
2: Los Processus Coronoïdeus Medialis(LPCM)
3: Los Processus Anconeus(LPA)
4: Incongruentie van het ellebooggewricht(INC)
We lichten hier dus LPCM uit en geven enige informatie hierover weer uit Kreupelheid, zonder inzicht geen uitzicht. Drs N.A. Dijkshoorn.
Door verstoring in de groeifase in de leeftijd van 5 - 10 mnd. vindt een normale vergroeiing niet plaats of kan het betreffende stukje bot door verminderde botkwaliteit fragmenteren, afbreken of losraken. In een aantal gevallen wordt de kreupelheid ten gevolge van LPCM pas op latere leeftijd zichtbaar (3-4 jaar). De aanleiding kan van traumatische aard zijn: de hond kan zich verspringen, foutief neerkomen, uitglijden etc. Echter: bewezen is dat LPCM in bepaalde familielijnen meer voorkomt dan in andere, hetgeen aantoont dat de aanleg voor LPCM erfelijk bepaald is. Soms zien we bij een hond LPCM samengaan met OCD en/of Incongruentie.
Symptomen:
De honden vertonen veelal - maar niet altijd - een behoorlijke kreupelheid. Het gewricht is overvuld en bij het bewegen van het been hoort en voelt men vaak een knappend, crepiterend 'geluid'. Honden die beiderzijds problemen hebben, laten dit aanvankelijk moeilijker zien dan honden met een éénzijdige LPCM. De honden lopen vaak wel wat stijf, houterig maar soms lijken de klachten zo minimaal dat de eigenaar daardoor eigenlijk te laat naar de dierenarts gaat. Hierdoor kan de artrose dermate voortgeschreden zijn, dat de uitgangssituatie voor het tijdstip van operatie veel slechter zal zijn vergeleken met een eenzijdige kreupelheid tengevolge van LPCM met minder artrose, welke vroegtijdig opgemerkt werd door een duidelijker kreupelheid.Door irritatie van het losliggende stukje bot en verminderde stabiliteit van het gewricht ontstaat irritaie van het gewrichtskapsel, overvulling van en botnieuwvorming in het gewricht.
Röntgenonderzoek:
LPCM, OCD en Incongruentie zijn niet altijd op één enkele röntgenfoto goed zichtbaar te maken. Dat is dan ook de reden waarom er in Nederland indertijd door de W.K. Hirschfeld Stichting gekozen is voor gestandaardiseerd uitgevoerd onderzoek waarbij er van elke elleboog vier röntgenopnamen worden gemaakt. Hiertoe is besloten om de trefkans te vergroten om het losse stukje bot zichtbaar te maken
Er worden twee zijdelingse foto's gemaakt en twee voor- en achterwaarts. Naast een zichtbaar LPCM, letten we ook op artroseverschijnselen, die door een LPCM op bepaalde punten in het gewricht kunnen ontstaan. Het blijft - ondanks deze opnametechniek - mogelijk dat LPCM op de röntgenfoto niet of onvoldoende is aan te tonen. Maar vanwege de specifieke zichtbare veranderingen in het gewricht(artrose) bestaan er wel ernstige vermoedens dat LPCM de veroorzaker is van deze artrose: het gewricht wordt dan ook beoordeeld als zijnde 'verdacht van LPCM'.
Meestal is de artrose in deze gevallen minimaal en in één ellebooggewricht aanwezig. Het is in dergelijke gevallen verstandig om de hond na twaalf maanden opnieuw te laten röntgen. Bij sommige honden blijkt dat de artrose niet is toegenomen, hetgeen erop wijst dat de oorzaak van de artrose zeer waarschijnlijk geen LPCM is. In andere gevallen is de artrose beduidend verergerd, en daardoor wordt een LPCM dan verantwoordelijk gehouden.