PDA

Volledige versie bekijken : 4 x pup enten???



Marco
25 november 2004, 21:00
Vandaag ben ik met mijn pup bij de dierenarts geweest voor zijn derde enting.
Ik had het idee dat ik dan pas weer volgend jaar een enting hoefde te halen.
Maar mijn dierenarts vertelde mij dat pups tegenwoordig vier entings krijgen.
De vierde moet ik over vier weken halen als de pups zestien weken oud is.
Het is niet mijn eerste bouvier maar dit is voor mij nieuw.
Weet iemand misschien waarom pups tegenwoordig vier keer worden geent?

Nathalie
26 november 2004, 07:38
Hoi Marco

Zover als ik weet hoeven ze maar 3 keer geent te worden.Ik heb nu net ff in het paspoort van mijn hond gekeken(ze is nu 15 weken)maar zij heeft nu haar 3 entingen gehad en de volgende krijgt ze pas over een jaar.De laatste enting was wel een coctail misschien dat hem daar in zit?

groetjes Nathalie

Carin
26 november 2004, 07:57
hoi Marco

bij de meeste dierenartsen wordt inderdaad de pup in drie keer geent.met 6 -9 en 12 weken. maar sommige dierenartsen gebruiken entstof van een andere fabrikant en dan krijgt de pup nog een herhaling van de ziekte van Weil. en dan krijgen ze het met 6-9-12 en 16 weken. de pups krijgen dan de ziekte van Weil in 2x.
je pup krijgt uiteindelijk gewoon hetzelfde binnen alleen met deze entstof krijgt hij het in 4 x ipv 3 x
gewoon met 16 weekjes de herhaling halen en dan is je pup volledig geent.


groetjes Carin.

Jose Aalst
28 november 2004, 20:46
Volgens mijn dierenarts is 4 x enten nodig als je op plaatsen komt waar veel honden samen komen.
Is dit niet het geval dan is het niet nodig volgens hem en is 3 x enten genoeg.
Ik was vrijdag bij de dierenarts voor de jaarlijkse prik en heb het aan hem gevraagd

Bianca1
3 december 2004, 16:32
Ik heb even gekeken in het boekje van mijn bouvier.
Zij is 3 x geent en daarna 1 x per jaar.
Misschien heb je wat aan deze informatie

mokie
13 januari 2005, 20:48
Het bericht hieronder heb ik op internet gevonden.
Het is volgens mij reden tot discussie:

Geachte redacteur,

Wij, de ondergetekenden, zouden graag onze zorgen in het licht van nieuwe bewijzen met betrekking tot het vaccinatie protocol onder uw aandacht brengen.
De Amerikaanse 'Veterinary Medical Association Committee' (diergeneeskundig medisch verenigings bestuur) rapporteert dit jaar dat 'de aanbeveling tot jaarlijkse hervaccinatie, vaak gefundeerd op vele vaccinatielabels¹, gebaseerd is op historische gegevens, maar niet op wetenschappelijke.'
Smith schrijft in JAVMA in 1995, dat 'er enig bewijs is dat een aantal vaccins immuniteit geven voor een periode langer dan 1 jaar. In feite is er volgens onderzoek geen bewijs dat vele jaarlijkse vaccinaties noodzakelijk zijn en dat bescherming na 1 vaccinatie vaak levenslang is';
En ook ' vaccinatie is een medische procedure met zowel voor- als nadelen voor de patient'; en verder dat 'herhaald vaccineren van patienten met voldoende immuniteit niets toevoegt aan de resistentie voor de ziekte en het risico op post-vaccinatie problemen kan vergroten'.
Tenslotte stelt hij dat 'nadelige reacties veroorzaakt kunnen worden door het antigeen¹, de adjuvant¹, de drager, het conserveringsmiddel, of een combinatie hiervan. Mogelijke ongewenste reacties kunnen zijn het uitblijven van immuniteit, anafylactische shock, immuniteitsonderdrukking, het optreden van auto-immuun ziekten, kortstondige infectie en/of lang durende infectieve dragerstatus.'
Het rapport van de Amerikaanse 'Animal Hospital Association Canine Vaccine Taskforce' (dierhospitaal vereniging, commissie hondenvaccins) in JAAHA (39, maart/april 2003) is ook interessant om te lezen: 'Huidige kennis ondersteunt de uitspraak dat geen enkel vaccin altijd veilig is, geen enkel vaccin altijd beschermt en dat geen enkel vaccin altijd geindiceerd is'; 'Misverstanden, misinformatie en de conservatieve houding van onze professie hebben er voor een groot deel voor gezorgd dat het aannemen van protocols, die het verlagen van het aantal keren vaccineren voorstaan, vertraagd werd'; Immunologisch geheugen zorgt voor langdurige immuniteit voor belangrijke infectieuze ziekten welke zeer veel langer is dan de traditionele aanbevelingen voor jaarlijks vaccineren. Dit wordt ondersteund door een groeiende hoeveelheid veterinaire informatie even als goed ontwikkelde epidemiologische controle in de humane geneeskunde, waaruit volgt dat immuniteit na vaccinatie extreem lang duurt en in de meeste gevallen zelfs levenslang is.'
Verder toont het bewijs dat voor de duur van de immuniteit voor rabies, hondenziekte, parvo, kattenziekte en niesziekte (beide vormen) een minimum van zeven (7) jaar is aangetoond door serologie voor rabies en challenge studies voor alle andere.
De dierenartsen die deze brief ondertekend hebben, accepteren volledig dat geen enkel ander feit zoveel impact heeft gehad op de levens en de gezondheid van onze patienten, de patienten zelf en onze mogelijkheden om infectieziekten preventief te behandelen als de ontwikkeling van jaarlijks toe te dienen vaccins. Echter wij ondersteunen volledig de aanbevelingen en richtlijnen van de Amerikaans 'Animal Hospitals Association Taskforce', om vaccinatie protocols voor honden en katten zo te verminderen, dat booster vaccinaties alleen iedere drie jaar en alleen voor kernziekten gegeven worden, tenzij wetenschappelijk een ander regime wordt gerechtvaardigd.
We willen verder voorstellen dat het bewijsmateriaal zoals nu bekend er snel toe zal leiden tot het accepteren van de volgende feiten worden geaccepteerd:

a.. het immuunsysteem van honden en katten is volledig ontwikkeld op een leeftijd van 6 maanden en ieder gemodificeerd levend virus (MLV) vaccin dat na die leeftijd gegeven wordt, geeft een immuniteit die goed is voor het leven van dat dier.
b.. Een volgende vaccinatie met een MLV een jaar later, zorgt ervoor dat de antilichamen van de eerste vaccinatie die van de tweede neutraliseren zodat er weinig of geen effect is: het dier heeft geen extra bescherming gekregen, noch worden er meer memory-cellen toegevoegd.
c.. Niet alleen zijn jaarlijkse extra beschermende vaccins voor parvo en hondenziekten onnodig, ze zorgen ervoor dat het dier bloot wordt gesteld aan potentiele risico's zoals allergische reacties en immuniteitsgemedieerde hemolytische bloedarmoede.
d.. Er is geen wetenschappelijke documentatie die de labelclaims for jaarlijkse toediening van MLV vaccins wettigt.
e.. Puppies en kittens krijgen antilichamen binnen via de moedermelk. Deze natuurlijke bescherming duurt 8 tot 14 weken.
f.. Puppies en kittens moeten niet gevaccineerd worden op een leeftijd jonger dan 8 weken. De vaccinatie zal geneutraliseerd worden door de immuniteit via de moeder en er zal geen extra bescherming geproduceerd worden.
g.. Vaccinatie op een leeftijd van 6 weken zal absoluut de timing van het eerste effectieve vaccin vertragen.
h.. Vaccinaties die met een tussenpoze van twee weken gegeven worden zullen eerder het immuunsysteem onderdrukken dan stimuleren.

Dit zou de volgende nieuwe handleiding kunnen geven:

1.. een serie vaccinaties wordt gegeven vanaf een leeftijd van 8 weken (bij voorkeur later) en wordt 3 tot 4 weken na elkaar gegeven, tot een leeftijd van ca. 16 weken.
2.. Een extra booster vaccinatie wordt gegeven na een leeftijd van 6 maanden, die dan een levenslange immuniteit geeft.

In het licht van recent beschikbaar gekomen gegevens die het onnodig gebruik en de potentiele schade van jaarlijkse vaccinaties aantonen, roepen wij onze beroepsgenoten op te stoppen met de dagelijkse praktijk van het jaarlijks vaccineren.
Is het verwonderlijk dat clienten vertrouwen verliezen in vaccinaties en zelf op zoek gaan naar de achtergronden ervan? Wij vinden dat ze hierin gelijk hebben. Politiek, traditie en het economisch gewin van dierenartsen en farmaceutische bedrijven zouden geen faktor moeten zijn in het nemen van medische besluiten.
Het is algemeen geaccepteerd dat een jaarlijkse gezondheidscontrole van een huisdier aan te raden is. We schatten onszelf echter laag in, wanneer we deze belangrijke dienst aan onze clienten ophangen aan de vaccinatie, terwijl we uiteindelijk voor de gevolgen zullen moeten boeten. Moeten we wachten totdat men actie neemt tegen dierenartsen, zoals gebeurd is in Texas door Dr. Robert Rogers? Hij beweert dat de huidige praktijk van het marketen van vaccins voor huisdieren bestaat uit fraude door een valse voorstelling geven van zaken, fraude door zwijgen en diefstal door misleiding.
De eed die wij als pas afgestudeerde dierenartsen afleggen is 'om te helpen, of op zijn minst geen kwaad te doen'. We willen onze positie in de maatschappij behouden en het vertrouwen dat men in ons heeft, gebaseerd op ons beroep, niet beschamen.
Daarom geloven wij dat diegenen die in het licht van deze nieuwe ontwikkelingen toch jaarlijks blijven vaccineren, zich misschien wel tegengesteld opstellen aande gezondheid van de dieren die aan hen worden toevertrouwd.

Met vriendelijke groet,

Richard Allport, BVetMed, MRCVS, Sue Armstrong, MA BVetMed, MRCVS, Mark Carpenter, BVetMed, MRCVS, Sarah Fox-Chapman, MS, DVM, MRCVS, Nichola Cornish, BVetMed, MRCVS, Tim Couzens, BVetMed, MRCVS, Chris Day, MA, VetMB, MRCVS, Claire Davies, BVSc, MRCVS, Mark Elliott, BVSc, MRCVS, Peter Gregory, BVSc, MRCVS
Lise Hansen, DVM, MRCVS, John Hoare, BVSc, MRCVS, Graham Hines, BVSc, MRCVS, Megan Kearney, BVSc, MRCVS, Michelle L'oste Brown, BVetMed, MRCVS, Suzi McIntyre, BVSc, MRCVS, Siobhan Menzies, BVM&S, MRCVS
Nazrene Moosa, BVSc, MRCVS, Mike Nolan, BVSc, MRCVS,
Ilse Pedler, MA, VetMB, BSc, MRCVS, John Saxton, BVetMed, MRCVS, Cheryl Sears, MVB, MRCVS, Jane Seymour, BVSc, MRCVS, Christine Shields, BVSc, MRCVS
Suzannah Stacey, BVSc, MRCVS, Phillip Stimpson, MA, VetMB, MRCVS, Nick Thompson, BSc, BVM&S, MRCVS,
Lyn Thompson, BVSc, MRCVS, Wendy Vere, VetMB, MA, MRCVS, Anuska Viljoen, BVSc, MRCVS, and Wendy Vink, BVSc, MRCVS

¹ Verklarende woordenlijst.

Adjuvant: elke factor die de immunorespons versterkt bij contact met het antigeen.
Antigeen: exogene = lichaamsvreende stoffen, meestal eiwitten, die het vermogen hebben in het lichaam antistoffen op te wekken en met deze een verbinding aan te gaan (om ziekteverwekkers aan te kunnen pakken)
Labels (Vaccinatielabels, label claims, e.d.): claims van producenten m.b.t. hun producten

Snarf
14 januari 2005, 05:37
Mokie,

Bedankt voor deze nuttige informatie. Ik denk dat eenieder zijn/haar dierenarts deze gewetensvraag nu voor kan leggen en met het oog op de afgelegde eed zal deze toch eerlijk met onze dieren mewdenken en het vaccinatiebeleid daarop afstemmen. Toch ? Of ben ik nu naief ? De commercie weegt toch niet zwaarder dan de gezondheid van het dier. Of zijn we al die jaren getild onder het motto baat het niet dan schaadt het niet maar vult wel de zakken? Overvaccinatie schaadt dus klaarblijkelijk wel...

John
23 januari 2005, 18:09
Overgenomen van Ignit Bekken:

Refs naar studies over de volgende onderwerpen:
1. De immuniteitsduur is al bij grote groepen dieren bestudeerd.
2. Door endogene reacties van antilichamen op entstoffen worden entstoffen verhinderd om de immuniteit te versterken.
3. Honden die ouder zijn dan 8 wegen worden niet ziek van het Corona virus.
4. Honden in Texas lopen zeer weinig risico om Leptospirose te krijgen.
5. Er is geen ziekte van Lyme in Texas.
6. Entstoffen kunnen zwellingen veroorzaken op de plek waar ze ingespoten worden, of VAS (Vaccine Associated Sarcomas). Entstoffen zonder adjuvanten zijn veiliger dan entstoffen met adjuvanten (= lichaamsvreemde eiwitten om een reactie van het immuun systeem op te roepen) wat betreft het veroorzaken van VAS.
7. Titers zijn geen accuraat middel om te voorspellen of een hond zal reageren op een herhalingsenting.
8. Het is misleiding en bedrog wanneer een dierenarts een enting aanbeveelt, er geld voor vraagt of de enting uitvoert, wanneer er geen wetenschappelijk bewijs is dat dit gebeurt ten behoeve van het welzijn van de cliënt, of wanneer een redelijk denkende cliënt er niet voor zou kiezen om te betalen of om het toe te laten dienen, wanneer hij de informatie krijgt, die nodig is om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen.


1. Het is aangetoond dat de immuniteitsduur van de Rabies entstof, Canine distemper (hondenziekte) entstof, Canine parvovirus entstof, Feline Panleukopenia entstof, Feline Rhinotracheitis, Feline Calicivirus minimaal 7 jaar bedraagt voor rabiës middels serologisch onderzoek en voor de anderen middels een infectie.
Schultz, Ronald D, Duration of Immunity to Canine Vaccines: What We Know and What We Don’t Know, Proceedings – Canine Infectious Diseases: From Clinics to Molecular Pathogenesis, Ithaca, NY, 1999, 22.


De minimale immuniteitsduur voor entstoffen die gebruikt worden voor honden:

Distemper (hondenziekte) - 7 jr middels besmetting/15 jr door serologisch onderzoek

Parvovirus - 7 jr middels besmetting/ 7 jr door serologisch onderzoek

Adenovirus – 7 jr middels besmetting/ 9 jr door serologisch onderzoek

Canine rabies – 3 jr middels besmetting/ 7 jr door serologisch onderzoek
1. Fishman B & Scarnell J, Persistence of protection against infectious canine hepatis virus, Vet Rec, 99, 509. 1976
2. Scott FW, Geissinger C, Long-term immunity in cats vaccinated with an inactivated trivalent vaccine, Am J Vet Res, 60(5): 652-8, May 1999.

7.5 jr DOI middels besmetting
Lappin M R, Andrews J, Simpson D, Jensen WA, Use of serologic tests to predict resistance to Feline Herpesvirus 1, Feline Calcivirus, and Feline Parvovirus infection in cats, J AVMA, 220(1): 38-42, Jan 1, 2002

3 jr DOI middels besmetting
Entstoffen voor ziekten als hondenziekte en parvo zorgen voor een levenslange immuniteit bij eenmalige toediening aan volwassen dieren.
Schultz, Ronald D., “Are we vaccinating too much?” JAVMA, No. 4, August 15, 1995, pg. 421.


Er wordt abusievelijk aangenomen dat het percentage van de geënte bevolking groter wordt, wanneer we aanraden om elk jaar te enten. Er is echter geen enkel voordeel te behalen aan de overvaccinatie van een deel van de bevolking terwijl de rest helemaal niet geënt wordt. (Macey)

Bij MLV entstoffen (gemodificeerde levende vaccins) zoals parvo, hondenziekte en feline panleukopenia, calcicivirus en rhinotracheitis moet het virus in de entstof zich vermeerderen om het immuun systeem te stimuleren. Bij een patiënt die al geïmmuniseerd is, zullen de antilichamen van de vorige enting verhinderen dat het nieuw ingebrachte virus zich kan vermenigvuldigen. De titers van de antilichamen worden niet noemenswaardig geboosterd. Het aantal geheugencellen wordt niet uitgebreid. Het immuun systeem van de patiënt wordt niet versterkt.

Na de tweede rabiës enting wordt het immuun systeem van de patiënt niet versterkt wanneer er met tussenposen van een of twee jaar opnieuw geënt wordt.

We weten niet veel over de lengte van de tijd tussen de entingen om een versterking van het immuun systeem van een bepaald percentage van het huisdierenbestand tot stand te brengen met een herhaling van de enting, maar dit gebeurt zeker niet met tussenposes van een of twee jaar.
Tizard Ian, Yawei N, Use of serologic testing to assess immune status of companion animals, JAVMA, vol 213, No 1, July 1, 1998.


De werking van gemodificeerde levende vaccins is afhankelijk van de vermenigvuldiging van de agens (het virus in de entstof) om een beschermende immunitaire reactie op te roepen. Bij een dier met antilichamen die afkomstig zijn van de moeder of endogene antilichamen op het tijdstip dat er geënt wordt, is het mogelijk dat de agens in de entstof geneutraliseerd is voordat hij zich kan vermenigvuldigen… het kan onmogelijk zijn om een aanvullende immunitaire reactie op te roepen in dit dier.
HogenenEsch Harm, Dunham Anisa D, Scott-Moncrieff Catharine, Glickman Larry, DeBoer Douglas J, Effect of vaccination on serum concentrations of total and antigen-specific immunoglobulin E in dogs, AJVR, Vol 63, No. 4, April 2002, pg 611-616.

De honden kregen een rabiës enting toen ze 16 weken oud waren en vervolgens elk jaar. De enting had geen uitwerking op de hoeveelheid IgA, IgG en IgM in het bloed toen ze 2 en 3 jaar oud waren.

De honden waren 5 keer geënt als pup en daarna eke 6 maanden met mutivalente vaccins (Vanguard 5 , DAPPCL). Honden worden zelden geënt volgens dit schema en het is ook niet gebruikelijk in kennels. Er waren geen opmerkelijke verschillen in de IgA en IgM concentraties toen ze 2 en 3 jaar oud waren.
1. Gorham, J.R., “Duration of vaccination immunity and the influence on subsequent prophylaxis” JAVMA 149:699-704; 1966.
2. Larson L J, Sawchuck S, Bonds M D, Schultz RD, Comparison of Antibody Titers Among Dogs Vaccinated, One, Two, Three Years Previously, Proceedings of 80th Meeting of the Conference of Research Workers in Animal Diseases, CRWD, Chicago, IL, 1999.
3. Wolf, Alice M., Vaccinations-What’s right? What’s not? Compendium on Continuing Education, Schering-Plough Animal Health, 1999, pg. 32.

In studies die uitgevoerd werden door Schultz op de Univ. Van Wisconsin kregen 106 honden die in de voorafgaande 1 tot 4 jaar geënt waren, opnieuw een parvo enting. Bij slechts een van de 106 honden werd na de enting een opmerkelijke toename in antilichamen geconstateerd. Uit dit resultaat blijkt dat opnieuw enten niet zorgt voor meer antilichamen of een verbeterde immuniteit omdat het virus in de entstof al geneutraliseerd is voordat het de T en B geheugencellen kan bereiken. De immuniteit die verkregen is door de voorgaande enting beschermt niet alleen tegen het besmettelijke virus, maar verhindert ook dat er een reactie op de herenting kan plaatsvinden.
Wolf Alice, Vaccines of the Present and Future, Proceedings of the World Animal Veterinary Congress, Vancouver 2001.

De aanbeveling om elk jaar opnieuw te enten is officieel begonnen in 1978. Deze aanbeveling is gedaan zonder wetenschappelijke rechtvaardiging of behoefte om de immuniteit zo vaak te boosteren. In feite blokkeert de aanwezigheid van humorale antilichamen de reactie op herentingen op dezelfde manier als waarop de antilichamen die door de moeder gegeven zijn, ervoor zorgen dat bepaalde jonge dieren niet reageren op een enting.
Schultz, Ronald D., “Current and future canine and feline vaccination programs”, Veterinary Medicine, March 1998, pg. 243.

Het levert geen voordelen op voor de patiënt, die wel ernstig gevaar kan lopen bij een onnodige enting. Weinig tot geen wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat het nodig is om honden en katten opnieuw te enten. Het is nooit aangetoond dat de jaarlijkse enting tegen ziektes als CDV, CPV2, FPLP en FelV een betere immuniteit laten zien dan die welke verkregen wordt door immunisatie op jonge leeftijd en een besmetting na een aantal jaren. We hebben ontdekt, dat jaarlijks enten met entstoffen die een langdurige immuniteit opleveren geen aantoonbaar voordeel oplevert.
Schultz, Ronald D, The Vaccine Controversy: What Vaccines Do Cats and Dogs Really Need and How Often Do They Need To Be Vaccinated? Department of Pathobiological Sciences, School of Veterinary Medicine, University of Wisconsin-Madison.

Er is nog nooit een wetenschappelijke studie gedaan om aan te tonen dat CDV, CAV, CPV of rabiës jaarlijks gegeven moet worden om effectief te zijn, of dat ze effectiever zijn wanneer ze elk jaar gegeven worden. Wel zijn er gegevens beschikbaar waaruit blijkt,dat honden en katten die 7 jaar tevoren MLV entingen hadden gekregen met CDV, CAV en CPV en honden en katten die 7 jaar tevoren geënt waren met gedode PLP, FeCV en FeHV entstoffen, dezelfde mate van immuniteit hadden als wanneer deze producten een jaar voordat besmetting met levende organismen plaatsvond, ingespoten waren.
Phillips, Tom R. and Schultz, Ronald D, “Canine and Feline Vaccines”, Current Veterinary Therapy XI, ed. Kirk and Bonagura, pg. 202, 205, WB Saunders Co, Philadelphia, PA 1992.

John
23 januari 2005, 18:12
Er is geen immunologische behoefte om elk jaar te enten. De immuniteit tegen virussen blijft jarenlang bestaan of gedurende het hele leven van het dier. Verder faalt een herhaalde enting bij het stimuleren van anamnestische reacties omdat de aanwezige antilichamen dit verhinderen. De efficiëntie van de praktijk om elk jaar te enten kan naar onze mening beschouwd worden als twijfelachtig.
Klingborg Donald, Principles of Vaccination, AVMA Council on Biologic and Therapeutic Agents, Policy on Biologics, April 2002.

De aanbeveling op veel bijsluiters van vaccins om elk jaar te enten is gebaseerd op gewoonte en niet op wetenschappelijke feiten.

Het opnieuw enten van patiënten met voldoende immuniteit voegt niets toe aan hun weerstand tegen ziekte en kan het risico op ongewenste reacties na de enting vergroten.
Schultz, Ronald D., “Are we vaccinating too much?” JAVMA, no. 4, August 15, 1995, pg. 421.

Dr Schultz zei "De cliënt betaalt voor iets dat geen enkele uitwerking heeft behalve de potentie om een ongewenst reactie op te roepen."

2. Honden die ouder zijn dan 6 weken worden niet ziek van het canine corona virus.

1. Schultz, Ronald D., “Are we vaccinating too much?” JAVMA, No. 4, August 15, 1995, pg. 421
2. Schultz, Ronald D., “Current and future canine and feline vaccination programs”, Veterinary Medicine, March 1998, pg. 251.
3. Wolf, Alice M., Vaccinations-what’s right? What’s not? Compendium on CE, Schering-Plough Animal Health, 1999, pg. 32,33.
4. Paul, Michael A., Vaccinations-what’s right? What’s not? Compendium on CE, Schering-Plough Animal Health, 1999, pg. 32,33.


4. Lyme komt niet voor in Texas.

Lyme wordt veroorzaakt door een bacterieel organisme, Borrelia burgdorferi, dat verspreid wordt door teken en wel de Ixodes scapularis.

Voor de verspreiding en overdracht is een ingewikkelde relatie met gastheren nodig, waarbij de nymfe van de teken, die de ziekte bij zich dragen, zich twee jaar voedt met het bloed van het dier dat de ziekte bij zich draagt, de #deer mouse# (sorry, geen vertaling). In Texas voeden de Ixodes teken zich met luiaards en deze dieren dragen de ziekte niet bij zich.

In de koudere klimaten, waar gedurende langere tijd sneeuw blijft liggen in de winter, duurt het twee jaar voordat de teek volwassen is. In de zuidelijke klimaten zijn de teken na een jaar volwassen, en dit is niet lang genoeg om voldoende organismen binnen te krijgen om de ziekte te verspreiden.

De incubatietijd van Lyme is 5 maanden. Een hond kan besmet raken met Lyme wanneer hij tijdelijk in New England verblijft, maar de Texas A&M Universiteit heeft nog nooit Lyme gevonden bij een hond die zijn hele leven in Texas gewoond heeft.

Verwarring en een verkeerde diagnose van Lyme worden veroorzaakt door:
1. Lyme is een populaire ziekte en heeft daarom de potentie om te veel en te vaak gediagnosticeerd te worden.
2. De testen die gewoonlijk gebruikt worden, geven onjuiste positieve testen voor honden met periodontal disease, Ehrlichia en andere tekenziektes en reumatische artritis.
3. In Texas is er een aandoening die op Lyme lijkt en Southern Tick Associated Rash Illnes of STARI genoemd wordt. Deze ziekte wordt veroorzaakt door Borrelia lonestari en verspreid door de teek Amblyomma americanum, of the Lone Star Tick. Enten tegen Lyme beschemrt niet tegen STARI.
1. Greene CE, Appel MJG, Straubinger RK, Lyme Borreliosis, Greene's Infectious Diseases of the Dog and Cat, 2nd ED, 1998, WB Saunders,P 282-292.
2. Schillhorn van Veen TW, Murphy AJ, Colmery B, False positive Borrelai burgdoferi antibody titers associated with periodontal disease in dogs, Veterinary Record, 1993, 132, 512.
3. Little S, Southern tick-associated rash illness; A newly recognized tick-borne disease, DVM Best Practices, June 2003, pg 13-15.


5. Titers kunnen niet voorspellen hoe een patiënt zal reageren op een herhaling van een enting.

Bij titers wordt er geen informatie verkregen over de cel***aire immuniteit, het belangrijkste aspect bij de bescherming tegen een aantal ziektes. Titers vertellen niets over het vermogen van de geheugencellen, de B en T lymfocyten die langer dan 20 jaar in leven kunnen blijven, om een reactie van het immuun systeem tot stand te brengen. Wanneer de titers negatief zijn en het huisdier contact heeft met de ziekte, kunnen de geheugencellen alsnog binnen een tijdsbestek van een paar uur in actie komen en voor de productie van voldoende antilichamen zorgen om weerstand te bieden aan de ziekte.
1. Paul M, Report of the American Animal Hospital Association Canine Task Force: 2003 Canine Vaccine Guidelines, Recommendations, and Supporting Literature, AAHA Foundation, March 2003.
2. 2000 Report of American Association of Feline Practitioners and Academy of Feline Medicine Advisory Panel on Feline Vaccines, pg. 15 & 16.
3. Tizard Ian, Yawei N, Use of serologic testing to assess immune status of companion animals, JAVMA, vol 213, No 1, July 1, 1998.
4. Wolf, Alice M., Vaccinations-what’s right? What’s not? Compendium on CE, Schering-Plough Animal Health, 1999, pg. 32,33.
5. Wolf Alice M, Just the Facts About Vaccs: Frequently Asked Questions About Current Vaccination Recommendations and Practice Guidelines, Proceedings from the North American Veterinary Conference, 13, 1999, pg 681.
6. Klingborg Donald, Principles of Vaccination, AVMA Council on Biologic and Therapeutic Agents, Policy on Biologics, April 2002.
7. Lappin M R, Andrews J, Simpson D, Jensen WA, Use of serologic tests to predict resistance to Feline Herpesvirus 1, Feline Calcivirus, and Feline Parvovirus infection in cats, J AVMA, 220(1):38-42, Jan 1, 2002.


Legale aspecten: Standard of Care, Informed Consent
2000 Report of American Association of Feline Practitioners and Academy of Feline Medicine Advisory Panel on Feline Vaccines, pg. 11 & 12.

Wanneer de kwaliteit van de zorg van een dierenarts aan de kaak wordt gesteld in een rechtszaak, zal zijn handelwijze waarschijnlijk vergeleken worden met de heersende standaard op dat gebied.

Veel dierenartsen zullen om verschillende redenen de aanname van nieuwe protocollen afwijzen en vertragen, maar ze moeten weten dat hun vasthoudendheid aan oude protocollen geen bescherming biedt, omdat… vasthouden aan een gewoonte op zichzelf geen indicatie is van goede zorg. (30Am Jur2nd Evidence:1124). De vragen over de handelwijze van de dierenarts zullen gericht zijn op zaken als: had het dier de enting werkelijk nodig? Werd het toegediend met inachtneming van de juiste wachttijd? Heeft de cliënt voldoende informatie ontvangen?

De standaard die momenteel gehanteerd wordt is “de standaard van de redelijk denkende patiënt”.
Bij deze standaard wordt geen rekening gehouden met de standaarden die de arts hanteert, maar meer met de behoefte van de patiënt en welke invloed de verstrekte informatie uitgeoefend heeft op de beslissing die hij genomen heeft. Zou iemand die zich in de positie van de cliënt bevindt, de enting accepteren of weigeren wanneer de informatie voldoende zou zijn om een redelijk denkend mens tot een intelligente beslissing te brengen? Bij deze standaard moet de dierenarts inzicht geven in de aard van de conditie, het risico van enten versus het voordeel ervan, en redelijke alternatieven aandragen. Wanneer iemand hierin tekort schiet, zou dit op zichzelf nalatigheid beteken en resulteren in verantwoordelijkheid.

Entstoffen die geregistreerd zijn in de VS zijn onderhavig aan het Virus, Serum and Toxin Act (VSTA) van 1913. Het gebruik van entstoffen voor dieren wordt door de USDA gereguleerd en niet door de FDA.
In een zaak tussen Lynbrook Farms en Smith Kline Beachan in 1966 hield de rechter vast aan de stelling dat VSTA het recht op voorkoop van alle remedies heeft, en in feite daarmee de producenten van entstoffen voor altijd vrijwaart van verdediging in een rechtszaal. De volledige verantwoordelijkheid voor beroepsmatige nalatigheid en de verantwoording daarvan ligt bij de dierenarts. De Animal Medical Drug use Clarification Act (AMDUCA) geeft aan dierenartsen het recht tot “onbepaald” gebruik van entstoffen.


The Texas Deceptive Trade Practice of 1967

17.46 Foutieve, misleidende of bedrieglijke praktijken bij het verrichten van elke handel of commerciële daad zijn hierbij onwettig verklaard en onderhavig aan de reglementen van de afdeling consumentenbescherming van deze code. Het woord onjuist of misleidend omvat, maar is niet uitsluitend beperkt tot, de volgende daden:

5. Het aangeven dat goederen of diensten… voordelen hebben,… die zij niet hebben.

24. Het in gebreke blijven bij het verschaffen van informatie over goederen of diensten die bekend waren ten tijde van de transactie, wanneer nalatigheid om deze informatie uit te reiken was bedoeld om de consument te verleiden tot een transactie, waar de consument geen toestemming voor gegeven zou hebben wanneer de informatie wel verstrekt was.

* Bij een Doctor of Medicine, een geregistreerde uitoefenaar van het beroep, hoeft deze opzet niet bewezen te worden en gebrek aan kennis is geen verdediging, omdat de dokter zichzelf gepresenteerd heeft als de daarvoor opgeleide professional.

Dr. Bob Rogers.
Orgineel stuk is te vinden op (Engels)
http://www.critteradvocacy.org (http://www.critteradvocacy.org/)

John
25 maart 2005, 19:25
Wij worden steeds vaker geconfronteerd met de vraag of een hond of kat nu elk jaar geënt moet worden of niet. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van de situatie waarin het dier leeft en hoe het verzorgd wordt. Een huisdier dat gezonde voeding krijgt, er gezond uitziet en zich duidelijk fit voelt, zal een goede weerstand hebben tegen allerlei ziekten. En zal ook minder gauw een entingsreactie vertonen. Een huisdier dat niet optimaal gezond is kan beter niet geënt worden omdat een enting een flinke aanslag op het lichaam is en waardoor sluimerende problemen verergerd kunnen worden.

Voor pups en kitten geldt dat er beter niet geënt kan worden op te jonge leeftijd. Voor 12 weken leeftijd enten kan alleen maar schadelijk zijn omdat het immuunsysteem nog niet voldoende ontwikkeld is en daardoor een grotere kans is dat de enting schade veroorzaakt en een kleinere kans dat de enting goed aanslaat. Eigenlijk is het immuunsysteem van onze huisdieren pas echt volledig ontwikkeld op ongeveer een jaar leeftijd, maar gezien het feit dat de meeste honden en katten al voor die tijd in aanraking komen met allerlei infecties, met name als ze uit het nest weggaan en in een vreemde omgeving terechtkomen, kan het onverstandig zijn om tot die tijd te wachten. Voor eigenaren die hun huisdier wel willen laten enten is het verstandig dat op de leeftijd van 12 weken en op 1 jaar leeftijd te doen. De meeste entingen werken minimaal 5 jaar en mogelijk zelfs levenslang. Met name kattenziekte werkt na twee entingen levenslang. Uitzonderingen hierop zijn de leptospirose enting bij de hond, de niesziekte enting bij de kat. En voor black-and-tan kleurige rassen parvo. In een omgeving waar nog leptospirose voorkomt kan het verstandig zijn om wel tegen leptospirose te enten. Het is echter ook een enting die nog wel eens voor entreacties zorgt. Dus dat is een lastige afweging. Niesziekte bij de kat hoeft voor een gezonde kat geen onoverkomelijk probleem te zijn, alleen in gevallen dat er sprake is van veel stress is het een lastig te behandelen ziekte. Voor catteries kan het een probleem zijn in verband met het optreden van dragers, die de ziekte blijven verspreiden. Opvallend is dat bij katten die wel geënt zijn tegen niesziekte en toch niesziekte krijgen, deze nogal een chronisch wordt. Het geven van entingen tegen meerdere ziektes tegelijk, de zogenaamde cocktails, is meer belastend voor het lichaam dan ze om de beurt te geven met enkele weken er tussen. De hondsdolheidenting is verplicht voor dieren die naar het buitenland gaan. De nadelen. Ondanks dat er in het verleden vaak geroepen is dat het geven van entingen onschuldig is, blijkt nu steeds vaker dat entingen toch meer problemen veroorzaken dan ons lief is. Er is nog niet zoveel onderzoek naar gedaan maar langzamerhand beginnen er dingen duidelijk te worden.

Het gebeurt geregeld dat er ogenschijnlijk kerngezonde dieren geënt worden die ineens binnen drie weken na de enting terugkomen met de meest uiteenlopende klachten. Soms bloederige diarree, soms autoimmuun-ziektes, spierpijnlijkheid, koorts of andere vaak vage klachten. Dat zijn dan de zichtbare problemen. Er treden echter ook onzichtbare processen in werking die op de lange termijn problemen kunnen geven. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat er tot 40 dagen na een enting een verhoogde hoeveelheid antilichamen tegen schildklierweefsel kunnen voorkomen in het bloed. Dat hoeft niet bij alle dieren het geval te zijn, maar als dat vaker en langer gebeurt kan het tot een verminderde schildklierwerking leiden of zelfs de hele schildklier buiten werking stellen. En als dat bij een schildklier kan, kan dat waarschijnlijk ook bij andere organen. Hier komt het vermoeden vandaan dat auto-immuunziektes waarschijnlijk door entingen veroorzaakt kunnen worden. Met name de hondsdolheidenting en leucose-enting kunnen bij katten zeer agressieve tumoren geven op de plek van de enting. Dit gebeurt bij ongeveer 1 op de 1000 katten. Dit wordt veroorzaakt door een van de hulpstoffen in de entstof. Bij honden komt deze tumor ook wel voor na de hondsdolheidenting maar bij deze dieren is de tumor veel minder agressief.

Een alternatief
Een alternatief voor enten is het gebruik van nosodes. Dan wordt er een homeopathische verdunning van de ziekte gemaakt en dat kan dan worden gegeven volgens een vastgesteld voorschrift. Dit geeft ook bescherming tegen ziektes. Bij een onderzoek in Brazilië bleek onlangs dat de meningococcennosode bij mensen ongeveer 90% bescherming gaf. Dat is een vergelijkbare bescherming als de enting geeft. Zelf hebben we niet zoveel ervaring met het gebruik van ziektenosodes en durven we er nog niet zoveel over te zeggen. Wat ook kan is een nosode van de entstof geven na de enting. Dat is dus gepotentieerde entstof. Dat zou de nadelige effecten van de enting tegen moeten gaan. Ook hiermee hebben we nog niet veel ervaring maar het kan in elk geval geen kwaad. Een mogelijkheid is om pups en kittens nosodes van de ziektes te geven tot ze de leeftijd hebben gekregen dat ze een enting goed kunnen verwerken (12 weken) en ze dan met enkele weken tussentijd de verschillende entingen apart van elkaar te geven. Na elke enting kan dan de entingsnosode gegeven worden om de nadelige effecten van de entingen op te heffen.

Titers
Het is bij ons nu mogelijk om de hoeveelheid antilichamen (titer) tegen parvo en hondenziekte te bepalen. Dat kan gebeuren op het tijdstip dat de hond eigenlijk geënt zou moeten worden. Als de titer hoog genoeg is, dan is een enting niet nodig. Als de titer te laag is zou een enting mogelijk nodig zijn.
Het vervelende is echter dat de bescherming tegen ziektes niet alleen door antilichamen plaatsvindt. Er worden ook geheugencellen aangemaakt en opgeslagen. Op het moment dat het lichaam in contact komt met een ziekte kunnen deze geheugencellen geactiveerd worden en kunnen ze bescherming geven. Er is geen methode om te ontdekken of deze geheugencellen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Zo kan het dus gebeuren dat een dier lage antilichamentiter heeft en toch beschermd is. Een ander nadeel van deze methode is dat sommige dieren die geen hoge titer ontwikkelen op een enting, dat ook niet doen als ze vaker geënt worden. Op de een of andere manier is het lichaam niet in staat om voldoende antilichamen te maken. Vaker enten geeft dan wel de nadelige bijwerkingen maar geen titer, zodat je nog steeds niet weet of hij nu beschermd is of niet. Al met al veel onzekerheden. We weten veel nog niet, dat maakt het moeilijker om beslissingen te nemen.

Mocht u vragen hebben dan kunnen we altijd eens bekijken wat het beste is voor uw huisdier.

Centrum De Oase, Groene Kadeweg 24, 1332 BW Almere, tel. 036-5329454